lijst van werken
vorige bladzijde



En later toen haar lichaam in de middagstilte
der zacht-doorgeurde, schaduw-koele woon
loom en verzaad van zon en ruimte rustte,
woei er een koelte door de open ramen,
en de gordijnen
bewogen zacht en peinzend,
zonnestralen kwamen
aan hare schoot,
en hare handen werden grote lichte pleinen
als deze uren in deez schaduwlanden van de dood;
en hare handen vouwden hun ontroerd omheinen
om ’t tere stote’ in haar, dat ’t wonder openbaarde,
’t kind dat zacht dringend riep –
riep om het licht, de zon, de wind, de vreugd der aarde.






21





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 26-11-2007 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-02-2010