lijst van werken
vorige bladzijde



- 3 -

volgende bladzijde Men moet veeleer zeggen dat hij durend, of bij voorkeur, met de zondaars en niet perfecte zwakke mensen verkeerde èn werkte 4). Maar afgezien daarvan. Het is een misverstand te menen dat deze gedragspatronen zelf uitingen (of de vormgeving) van een volmaakt leven, van volmaaktheid, zouden zijn. Wat Jezus vraagt is daarmee waarlijk ernst te maken, daarmee allereerst. Hij vraagt allereerst de ernstige wil zich te onthouden van wat aan deze gedragspatronen tegengesteld is. Men kan als Jezus' leerling geen rijkdommen vergaren en daarvan zijn lust en leven maken; men kan in zijn woord geen gevoelens van haat, wrok, eerzucht, heerszucht toelaten noch in zijn geest aan deze gevoelens toegeven, ze "koesteren", voeden, cultiveren; men kan Hem volgend onrecht en onrechtvaardigheid niet als de basis van zijn bestaan bestendigen etc. Al deze dingen nalaten is geen volmaaktheid, het zijn gewone bereikbaarheden (wat niet wil zeggen dat men ze cadeau krijgt) en in hun bestaanswijze onvolmaakt. De bereidheid die dingen na te laten demonstreert niets anders dan de wil een ander, nieuw leven te beginnen; het is een fundamentele bereidheid; dit oprecht bereiken betekent (voor Jezus) omkeer, metanoia, de bekering die Jezus in eerste en beslissende instantie bedoelde. De zonde tegen de mens was de grote zonde tegen God. De volmaaktheid ligt enige mijlen verder. Haar wordingsgang voltrekt zich niet buiten deze gedragspatronen, maar in of binnen deze levenswijze en bestaat hierin dat de gedragspatronen die aanvankelijk vertroebeld en ontluisterd gestalte krijgen door de in ons aanwezige vernederende tegenkrachten met hun corrupte motieven en gevoelens (Pascal citeren), zich in die zin in ons vervolmaken dat die tegenkrachten geleidelijk hun invloed en macht over ons handelen verliezen, zodat men tenslotte, temidden van die tegenkrachten in ons, geheel vrij en ongehinderd, onvertroebeld en zonder enige vorm van zelfbehoud zijn leven voor de ander is (enkele gedragspatronen citeren). Maar Jezus heeft de zijnen nooit gevraagd – als conditio sine qua non voor eens van zin zijn met Hem, – het volmaakte te zijn d.w.z. het einde van een ontwikkelingsgang, maar het begin ervan dat reeds waarachtige "omkeer", bekering is. Als men dit begin in ernst is, als men dit begin in ernst blijft "onderhouden”, voert het begin vanzelf naar een volgend "eogin" (of verdere vervolmaking, "beslissing"). De ernst van Jezus vraag of bezorgdheid betreft niet het einde van een ontwikkelingsgang, maar het begin, het kenbaar begin en niet een onkenbaar einde. Ik citeerde het reeds eerder: "Over zijn woord onderhandelt Hij niet, maar met de mens heeft Hij een eindeloos geduld".
    De vereenzelviging van deze gedragspatronen met "volmaaktheid" heeft ook dit, wezenlijk verwoestend, gevolg dat ze, als het toch onbereikbare en blijkbaar voor anderen bestemde, buiten het eigen bestaan komen staan, of aan de buitenste buitenkant ervan. Men is als christen niet meer rechtstreeks, niet meer persoonlijk, bij dit meest essentiële betrokken. Men is niet meer betrokken bij wat voor Jezus tijdens zijn prediking op aarde de essentie van zijn boodschap is geweest en dat als praxis ook het onvervreemdbare fundament was waarop al het latere geloofsverstaan begrepen en geleefd zou worden. Het misverstand van de "volmaaktheid" (een misverstand door een verkeerd begrepen deernis of door een gemakzuchtige of op expansie beluste machtskerk gocultiveerd) heeft Jezus' boodschap grondig uitgehold en de mens, niet minder grondig, van Jezus' woord vervreemd. Het werd eveneens een verzwijgen van hetgeen voor Jezus de essentie was. En wat zijn woord aldus nog aan praxis opleverde, was meestentijds (of ten lange leste) weinig anders dan een ondergeschoven deugdzaamheid, een afgedwaalde liefde tot God, een liefde-tot-Jezus op zijwegen, leeg formalisme ook, lege symboolhandelingen, en de "gedragspatronen" van het contente immobilisme der braafheid. Mon is wel "christen", maar hoe ver weg van Jezus' weg, hoe ver weg van dat woord waarvoor Jezus, de Christus, heeft geleefd en geleden en is gestorven.

    30. Maar nog om een andere reden zijn de evangelische gedragspatronen van fundamentele betekenis. Zij zijn, behalve de praxis van Jezus' liefdeboodschap, voor Jezus ook de enige weg naar een nieuwe aarde. Een andere weg wijst volgende bladzijde


4) over de rijke jongeling















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 24-02-2010 Copyright © 2014 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 05-10-2014