lijst van werken
vorige bladzijde



volgende bladzijde bepaald niet dupe hoeft te zijn van manicheese tribulatiën (een laat aftreksel van de grote manicheese worsteling met het probleem van het kwaad in de wereld[)] om het celibaat van de priester een goed hart toe te dragen.

8

    Waarmee overigens niet gezegd wordt dat er daarnaast geen ascese, een bepaalde vorm van waakzaamheid of ingetogenheid nodig zou zijn (Aurobindo leert wel anders). Die is voor de in stand houding van het celibaat een precies zo natuurlijke en vanzelfsprekende vereiste als het zich onthouden van bepaalde normale zaken waartoe ook profane personen wel genoodzaakt zijn als zij een of andere topprestatie moeten leveren die een hoogste con [cen -?/] frontatie vergt en zij niet de kans mogen lopen hun doel te missen. Maar ook in minder belangrijke zaken betracht men wel waakzaamheid. Wanneer vrijmetselaars samenkomen, mag daarbij geen vrouw aanwezig zijn. Men wil als broeders samenzijn. Zodra er vrouwen bij tegenwoordig zijn, is men ook als man aanwezig. Dit verbod is geen discriminatie van de vrouw, evenmin een uiting van hooghartige mannencultuur. Men ként zichzelf. En als gehuwden zichzelf een beetje kennen, zullen ook zij wel hebben opgemerkt dat willekeurig welk eenheid scheppend of eenheid bevestigend gesprek – een vroom gesprek, een kunstzinnig gesprek, een politiek en revolutionair gesprek etc. – een onbewuste maar niettemin deugdelijke voorbereiding kan zijn (zoals trouwens ook de echtelijke ruzie) op de geslachtelijke eenheid, – een gang van zaken waar uiteraard niets tegen is, maar die alleen bevestigt dat de sexualiteit een vitale impuls is, die het wel vaker bestaat motiefvervalsingen te creëren en daar vreugdevol over heen te lopen. Men kan die niet enkel, of zo hartelijk en hartverwarmend en idyllisch, ter sprake brengen als het gaat om ontkoppeling van ambt en celibaat. Men mag dat ook wel doen bij minder ,,brandende kwesties”. Wat te denken van een non (een onvergetelijke non sinds de dag waarop zij via de radio haar sexuele geloofsbelijdenis mocht ventileren), die, in de sacristie of buiten de secristiek(?) ik weet het niet, God weet het, een patertje begon te liefkozen onder het motto dat zoiets toch niet zondig kon zijn. En men moet toegeven: her is niet sjondig; het met mekaar naar bed gaan is evenmin sjondig. Het is alleen een beetje infantiel dat soort goede dingen te doen als men besloten is als ongehuwde religieuze door het leven te gaan. Men bewaart dan altijd een zekere afstand tot het andere geslacht, al was het alleen maar om de ander i.c. de priester. Men vraagt zich af: maakt de opleiding zo infantiel, of is het beleven van de kuisheid een van meetaf zo geslaagde en gewone zaak geweest dat men sexueel geheel ongeboren kon blijven en men het spelletje der ,,relationele” liefkozingen volmaakt argeloos kan spelen. Dat zou dan wel enige volgende bladzijde


28














volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 24-02-2010 Copyright © 2014 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 05-10-2014