lijst van werken
vorige bladzijde



volgende bladzijde i.c. zo alles dominerende betrokkenheid bij de ander, dat de mens die door deze imperarief overmeesterd werd, zijn ,,menselijke rechten” (op eigen geluk etc.) prijsgeeft, het niet meer verdragend dat jets van hem, dat er niet hoefde te zijn, zich opstelt tussen hem en de ander; hij wil, moet, in zijn daden van medemenselijkheid onvoorwaardelijk met zijn totaliteit aanwezig zijn.

    Tot de extreme beslissing van het celibaat kan men derhalve niet ,,opgeleid” worden. Evenmin kan deze levensstaat van hogerhand worden opgelegd. Wat vandaag ,,celibaatsverplichting” heet en voor velen enkel een kerkelijk-juridische aangelegenheid of een op de koop toe genomen bijzaak blijkt te zijn geweest, is in oorsprong niets anders dan het op een gegeven moment genomen besluit van de Kerk haar priesters voortaan exclusief te kiezen uit degenen voor wie het celibaat (om welke reden ook) antwoord is op de dwingende imperatief van hun persoonlijk bestaan 1).

    En tenslotte wees ik op het feit dat én het christelijke Westen én het nietchristelijke Oosten voldoende grote, sterke, evenwichtige en als mens volgroeide celibataire gestalten heeft opgeleverd die bewijzen dat het celibaat de daartoe gedreven mens niet in zijn menswording beknot, frustreert of hem psychisch verminkt.

    En aan het slot stelde ik mijn lezer nog gerust door op te merken dat men van dit betoog geen nieuw (i.c. medemenselijk) ,,absolutisme” behoeft te verwachten of te vrezen. Al zal het, zo moet ik er nu aan toevoegen, voor sommigen mogelijk nog wel een aantal bladzijden zo lijken. – Geduld dan!

    21. Aan het bovenstaande zou ik nog enkele notities willen toevoegen over de sexualiteit, dit fundamenteel gegeven van het menselijk bestaan of zoals wel gezegd werd, deze ,,machtigste en goddelijkste van alle natuurkrachten”. Geeft men zich hiervan rekenschap, dan lijkt het aannemelijk dat afstand doen van sexueel leven weinig anders kan opleveren dan een verminking van het affectieve leven, frustratieneurose, beknotting van de zelfontplooiing van de mens e.d. Maar dat is toch allerminst noodzakelijk. De sexualiteit mag dan een machtig en fundamenteel gegeven zijn, het ,,uitzonderlijke” van de hierboven bedoelde celibatairen is echter, dat in hen de innerlijke imperatief der medemenselijkheid een niet minder machtig en fundamenteel gegeven is. Daarmee doet zich in hen naast (tegenover?) de ,,machtigste van alle natuurkrachten” nog een andere, eveneens machtige volgende bladzijde


1) Zie Appendix 7.


2














volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 24-02-2010 Copyright © 2014 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 04-10-2014