heerschappij. Het zijn twee kanten van dezelfde wanhoop en opstand. Zich uitwisschen kan hij niet, en zijn heerschappij, zijn ontwaarden van hetgeen den anderen heilig is, maken hem gehaat. Of, ànders het beeld der joodsche historie samenvattend: zoo zien wij, hoe het joodsche volk leven wil als elk ander, en hoe het dit niet kan; hoe het het juk van vreemde volken en culturen verbreken wil, en het niet kan; hoe het terug wil naar het land, dat zijn land is, en het niet kan; hoe het zichzelf als volk wil uitwisschen, en het niet kan, ondanks alles het onuitbluschbaar verlangen met zich dragend naar het Volk, ondanks alles de trots (en ook de minachting) personi­fieerend ván een Volk; hoe het een creatief ferment wil zijn, en het niet kan zijn; hoe het het leven doodt, telkens als het zich gereed maakt het leven te dienen op andere wijze dan het bevolen werd. — Waarheen en hoe dit volk zich ook keerde en keert, overal en telkens vindt het den weg versperd tot dat recht, dat het recht is van elk volk: zichzelf te zijn. Overal ontmoet het den doem — die als een vloek ligt over heel dit volk en zijn historie — den doem van niet te mogen leven zooals elk groot volk leven mag; van nooit te mogen leven èn .... altijd toch getergd te worden door een levenswil die niet sterven kan en (zoo schijnt het) ook niet sterven mag. Altijd rest dit volk dit eender lot: een verbannen volk te zijn, een volk zonder vaderland, een volk zonder staat, een volk in de verstrooiing. En altijd rest dit volk (als volk) als eenige en hoogste levensmogelijkheid: het aanvaarden van dit.lot — welk aanvaarden tevens, voor een volk, de diepste vernedering is. — Beseffen wij dit. En beseffen wij dan tevens, hoe ten overstaan van deze tragiek — en welke ook onze bittere, zeer bittere ervaringen geweest zijn — geen haat meer past.

De „Aufklärung’’ heeft ons van meerdere wanen verlost. Bizarre heksenwaan en redelooze xenophobie werden ons gelijkelijk vreemd. Men zag weer „den mensch’’, en daarmede de rèchten van den mensch, men zag ook weer den mensch in den Jood. Had men tegelijk de rechten, de levensrechten der verschillende volkeren beseft, den Joden waren, evenals onszelf, vele bittere ervaringen bespaard


205

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009