heeft werkelijk niet alleen onder christenen en op welk een afgrijselijke wijze vaak! slachtoffers gemaakt, en er is niet enkel aan de zijde van den Jood schuld geweest. Men moet er zich rekenschap van geven, hoe iedere Jood ook dien eeuwenlangen doem en druk van zijn volk als een obsessie, een voortdurender angst met zich draagt, en: hoe het in de natuur der dingen ligt, dat heel zijn wezen erop gericht is een mogelijke herhaling van dat verleden te ontkomen, te voorkomen. Hij wil niet meer een uitgestootene, een vogelvrij verklaarde zijn, hij wil, dat de diaspora een einde neemt, en voorgoed; hij is mensch, hij wil gelijk zijn, gelijke rechten bezitten, staatsburger zijn, ambten en functies bekleeden waarom nit? Hij is toch ook mensch! En wat maakte dit zoolang onmogelijk? Zijn Jood zijn? Zijn religie, zegt hij, en zg hij. Zijn religie, veel meer dan het feit, dat hij tot een ander volk behoort, maakte hem tot een ander wezen. Deze Jood nu, rebelleerend tegen datgene wat een normaal samenleven onmogelijk maakte en niet bij machte tot capitulatie, tot de positieve daad der assimilatie, stelt een negatieve daad: hij ontjoodscht zich tot op zekere hoogte althans. Hij ontjoodscht zich wat zijn religie betreft, zijn nationaal verleden; beide wil hij als een menschonwaardig vooroordeel, als een stuk voorbijen tijd, waaraan men maar liever niet terugdenken moet, vergeten. Op deze wijze hoopt hij een voor beide partijen aanvaardbaar, en in zooverre gemeenschappelijk, samenlevingsniveau te realiseeren.

In het verleden, ook in een nog niet zoo heel ver achter ons liggend verleden, zag men nu, dat de Jood, om als gelijke behandeld te worden en die posities te kunnen verwerven, waarop hij als mensch en zoo vaak als zeer begaafd mensch recht meende te hebben, posities, die hij ook voor zich opeischte niet enkel hiertoe gedreven door hoogmoed of heerschzucht, maar ook door het bewustzijn van zijn menschelijk recht, in het verleden nu zag men, dat die Jood zich niet slechts ontjoodschte, maar dat hij zelfs overging tot de religie van zijn gastheervolk i.c. het christendom. Evenwel slechts uiterlijk, en van assimilatie was hierbij, gelijk wij zullen zien, geen sprake, allerminst zelfs! Ok aldus ving in het vijftiende-eeuwsche Spanje de evenzeer verbeten als verbijsterende worsteling,


186

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009