Mater Ecclesia’’, nog minder recht het dedaigneus naast zich neer te leggen als het onbeteekenend woord van een ,,buitenstaander’’ of van katholieken ,,wien het ontbreekt aan ware liefde tot de Moederkerk, die den sensus catholicus missen en die tegen de Kerk in, aan hun persoonlijk oordeel de onfeilbaarheid toekennen’’. Het is de gewetensstrijd van lieden, wier ,,verstand de waarheid wil kennen’’ en wier ,,zedelijk gevoel gerechtigheid eischt’’, van menschen, die inderdaad jubelen (of zouden willen jubelen) ,,Surrexit Christus, spes mea: Christus, mijn hoop, is verrezen’’, doch die in de katholieke Kerk — en in de Kerken. in het algemeen — van dit alles zoo bitter weinig (welhaast het tegendeel) gewaar worden.

Dat niet-katholieken in hun fel stelling nemen vóór Christus, vóór het Evangelie en tégen de Kerk (die werkelijk niet alleen in haar hiërarchie geleid wordt door den H. Geest, maar tegen haar hiërarchie in vaak, ook in heilige en vrome zielen die meestal geen enkelen rang en geen enkel ,,gezag’’ bezaten) tot ernstige dwalingen kunnen geraken, en ook inderdaad geraken, kan nooit een reden zijn om hen met smaad, hoon en minachting te bejegenen. Hun hartstochtelijk zoeken naar waarheid, hun oprechte liefde voor Christus, heeft het recht op de wederliefde van allen, die Christus beminnen (en, laat ons hopen, reeds ,,in geest en waarheid’’ be­minnen), dus allereerst van hen, die Christus’plaats-bekleeders zijn. Men heeft geen recht hen voor te stellen als vijanden van Christus. En zijn zij een ,,gevaar’’ (een zeer normaal gevaar overigens, een gevaar dat inhaerent is aan alle godsdienstig zoeken), dan kan dit slechts bezworen worden door de liefdevolle, redelijke en gefun­deerde correctie van hen, wier taak het is, ,,van Godswege opgelegd’’, het geknakte riet op te richten, inderdaad ,,als menschen, die reken­schap hebben af te leggen’’ en die zich ook in dit opzicht ,,onbe­rispelijk moeten trachten te gedragen’’. Het ,,bemint uw vijanden’’ geldt ook ten opzichte van hen, die — terecht of ten onrechte — de Kerk van Christus aanvallen. . ..

Gelijk gezegd: het gaat niet aan, en het is ongehoord, te sugge­reeren, dat het nationaal-socialisme een godloozen-beweging is, en volgende pagina


125

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009