Volgt hieruit, dat men dus over de N.S.B. moet zwijgen, dat men zelfs niet meer tegen de N.S.B. zou mogen ageeren als men in geweten overtuigd is hiermede het heil van het Nederlandsche volk te dienen (of een ,,godsdienstigen plicht’’ te vervullen)? Volstrekt niet. Er volgt slechts, meer dan ooit, de plicht uit, dezen strijd waardig, gedisciplineerd, geargumenteerd, principieel te voeren, met de tot voorzichtigheid manende wetenschap, dat men spreekt temidden van een vaak zeer geniepig opgeruide en misleide massa, en er met de grootst mogelijke zorg voor wakend, dat de strijd tegen de N.S.B. niet den haat aanwakkert tegen Duitschland — een haat, welke ook door lieden, die zich van het heil van het Nederlandsche volk niets aantrekken, doch die ons volk misbruiken in hun strijd en haat tegen Duitschland, systematisch gevoed werd. Niemand bezat ooit het recht, met laster haat te zaaien tegen de N.S.B.; thans, op dit voor ons volksbestaan zoo beslissend moment, heeft men dat ,,recht’’ minder dan ooit.

Indien dus ook het Nederlandsche Episcopaat meent het nationaal-socialisme hier te lande te moeten bestrijden (op een oogenblik, dat de Duitsche bisschoppen dezen strijd hebben gestaakt), dan geve het er zich rekenschap van, dat een bestrijding thans nog andere reacties in de massa wakker roept en andere gevolgen oproept dan weleer, toen wij nog onder elkander waren; dat b.v. een autori­tair afwijzen, vanaf een troon van macht en glorie, niet slechts voedsel geeft aan de bestaande redelooze revoltes, waaraan een onmondige en opgeruide massa ten overstaan van de N.S.B. ten prooi viel, maar tevens aan een aversie, die, waar deze Duitschland betreft, voor de toekomst van ons volk uiterst gevaarlijk kan worden. Beschikt het Nederlandsche Episcopaat bij zijn bestrijding van het nationaal-socialisme hier te lande over geen ander wapen dan een de massa nogmaals misleidend machtsgebaar, dat het zich dan in geen strijd en discussie menge en zich terwille van het heil van ňns volk hetzelfde zwijgen oplegge als het Duitsche Episcopaat terwille van het Duitsche volk. Op andere wijze strijdt het Neder­landsche volk precies zoo voor zijn toekomst als volk als het Duit­sche voor de zijne. Een volk, dat — misleid en opgehitst — hard- volgende pagina


121

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009