vorige pagina van het voorgaande iets geheel anders dan dit vlotte spel van schoon­wasschen en ongrijpbaar maken. Ik wilde slechts aantoonen, hoe noodzakelijk het is, dat een kerkelijke overheid, die een bepaalde politieke revolutie veroordeelt en de geloovigen verbiedt, daaraan actief deel te nemen, ten nauwste voeling moet hebben gehad met de leiders dier revolutie om zich over de ware drijfveeren althans eenigszins naar waarheid te kunnen oriënteeren. Het is voor buiten­staanders zoo ontzettend moeilijk om het juiste karakter eener revolutie, om achter het complex, de veelheid en verscheidenheid van haar verschijningsvormen en wilsstrevingen de eene, levende logica te onderkennen. Doch wat zij, deze buitenstaanders, wèl kunnen beoordeelen, dat zijn de beginselen, neergelegd in het program, en waarvan zij zich wel kunnen overtuigen is, of de leiders dier politieke omwenteling eerlijke, gerichte menschen zijn, menschen die daadwerkelijk slechts het heil van het vaderland en van de gemeenschap dienen willen. Een persoonlijk contact kan zooveel misverstanden uit de wereld helpen. De vaderlijkheid van een kerkelijk gezagsdrager, die werkelijk slechts het beste voor zijn onderdanen wil, demonstreere zich dan ook in het zeer eenvoudige, d. i. nederige, in het zeer mènschelijk verlangen, eens met de leiding dier revolutie in nader contact te treden, al was het slechts omdat ook tallooze geloovigen, die eveneens slechts het beste voor Kerk en Vaderland willen, onweerstaanbaar tot die politieke omwenteling worden aangetrokken — niet ,,zoo maar’’, doch op goede gronden, met een gefundeerde overtuiging. Oók ten overstaan van dit (zeer menschelijk en zeer zuiver) verlàngen, met de leiders eener revolutie in contact te treden, zegge die kerkelijke gezagsdrager: ,,Verzekerd van den bijstand van Christus zullen wij nooit kleinmoedig zijn en ons angstig terugtrekken’’; ook zegge hij dan niet, minachtend: ,,dezen gemeenschapszin behoeven wij niet te ontleenen aan andere wereldbeschouwingen’’ (want dat is vanzelfsprekend geen kwestie die aan de orde is), hij zegge, juist ten overstaan van dien gemeen­schapszin der anderen: ,,slechts in eendrachtig samenwerken tot welzijn van het vaderland, met eerbiediging van elkanders diepste overtuigingen kan de kracht liggen van een volk’’: ,,laten wij (dus) volgende pagina


117

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009