geworden.’’ — Hierin zonder verder commentaar berustend, berustte Troelstra voorzeker in een hem onvermijdelijk voorkomende phase van zijn eigen politieken strijd: den parlementairen, die veel revolu­tionnair radicalisme als ,,romantiek’’ (en erger) moest afwijzen. Het kan dan nauwelijks meer verwonderen, dat hem Henriëtte Roland Holst’s en Gorter’s conflict met hem zoo pijnlijk ontging, en dat door hem in dit conflict invectieven werden gelanceerd, die ons, waar zij gericht waren tegen gestalten als de beide genoemde dichters, ons met een spijtig gevoel van schaamte vervullen, want voor hen, die verder doordachten dan het actueel moment en deszelfs bereikbaarheden, was er wel degelijk reden voor ernstige beduchtheid voor Troelstra’s politiek. Troelstra streed in zijn parlementair stadium voor de lotsverbetering van het arbeidende proletariaat, voor die verbetering der levensomstandigheden, welke reeds in het raam van het kapitalisme mogelijk was. En stellig, dank zij Troelstra, dank zij diens taaien, onbevreesden strijd in het parlement en elders wist hij op zijn tegenstanders vele rechten voor zijn arbeiders te veroveren, politiek zoowel als maatschappelijk, en het lot van het werkende proletariaat materieel en geestelijk aanzienlijk te verbeteren. Men kan hiervoor eerlijk respect hebben, ook als men daarnaast moet erkennen, dat Troelstra’s politiek ook gevaarlijke, en zèlfs funeste kanten bezat, met name voor het revolutionnaire socialisme, en dus funest met het oog op het uiteindelijk doel van den socialistischen strijd.

Zeer zeker, de rechten werden ontrukt aan het kapitalisme, doch als men zich iets essentieel ànders nog ten doel stelt, nl. het kapita­lisme omver te werpen en een socialistische levensorde in het leven te roepen, is het verkrijgen van deze rechten een quantité négligeable — hetgeen intusschen geenszins wil zeggen, dat men rechten, die in het raam van het kapitalisme te veroveren zijn, zou moeten afwijzen.

Doch men moet hierbij twee dingen niet negeeren. Ten eerste, dat een kapitalisme waarop de arbeider rechten verovert, geen capitu­leerend of verzwakt kapitalisme is, doch een verstèrkt: het tooit zich met een gewaad van rechtvaardigheid, menschelijkheid en bereid­willigheid. En ten tweede ondermijnen die verkregen rechten de


83

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009