Nog wordt uw hoofd verraderlijk bedropen
Met geurige vleiing van den Franschen ban;
Maar blijft geen kroon U van die zalving hopen,
Wordt, wat gij zijt: Germanjer dus een man!

Want, o, k zweer t U, in toekomstige tijden
Wordt weer het Noorden en het Zuiden n,
Als gij maar trouw de Fransche zwakheid mijden
Blijft als een gif, dat opkruipt door Uw len.
Wees sterk, dan worden weer t Zuiden en t Noorden
En zelfde melodie met verschillende woorden.

En met Prosper van Langendonck zong Vlaanderen vervoerd het antwoord:

Germanjers, ja, - maar Vlaamsche Nederlanders:
Ds naam verbeeldt ons wezen, zegt ons doel.
Licht vechten we eenmaal rond dezelfde standaards,
Want waarheid wordt der Dichtren voorgevoel.

O! Hollands, Vlaandrens ziel zijn n, hoe anders
t Een schijn ook spiegelde en, in t strijdgewoel
Gelouterd, daagt, trots veete en tegenstanders,
Dwars door des tijds onstuimige gejoel,

Eens t Groote Nederland, in reine glorie,
Vlaandrens rijk hart en Hollands stoeren kop
Hoog stijgend, in den goudglans der victorie,
Boven der menschheid wijde deining op.

En doet weer, uit het kloekgepaarde streven,
De Macht, de Kunst, den Roem van Vondels eeuw herleven.



70

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 19-10-2009