worden, niet de kracht van Engeland, maar de ondergang van ons en de kracht van een ander continent (i.c. Amerika) zou beteekenen.

Dat ten eerste (en de leiders dier beate pro-Engelsche grijnzertjes zouden er goed aan doen, hiervan hun volgelingen terdege te doordringen). En ten tweede: wat zullen wij op dat catastrofaal moment méér noodig hebben dan Dietsche eenheid, Dietschen levenswil; en wat is, ten overstaan van die mogelijkheid (doch God verhoede dat die mogelijkheid werkelijkheid wordt!), voor dit heden méér noodig dan, opnieuw, de innerlijke gereedmaking van ons volk voor die, die Dietsche, eenheid, dan het samenbundelen, nogmaals, van al de krachten waarover wij de beschikking hebben.

Ik herhaal: ik zeg dit alles niet tegen de massa; ik zeg dit tot de leiders, de eenige verantwoordelijken; ik zeg dit tot hen, die maand na maand, maand na maand, maand na maand laten ver­strijken in een zure, onverzoenlijke, kunstmatig gecontinueerde, kunstmatig toegescherpte verdeeldheid. Ik zeg dit tot die weinige verantwoordelijken, die maand na maand slechts schijnen te arbeiden aan de voorbereiding van onzen ondergang.











63

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009