vorige bladzijde op eertijds, en wekt ze opnieuw, in dit heden, zoodra het zijn historische zending als natie herneemt.
    Als de Duitscher vol trots zegt: ziet, wij zijn een volk met deze en die (heerschers) deugden, dan zegt dit zijn rechtmatige ,,Eigendünkel” (welke door zijn verleden en zijn historie bevestigd wordt). Maar als de Italiaan heden hetzelfde zegt, dezélfde deugden noemt, en met eenzelfde trotsch zelfbesef, dan zegt hij dit met dezelfde rechtmatigheid (want zijn historie bevestigt het). En de Dietscher, die deze deugden voorhoudt als zijnde het bezit en de pracht van het Dietsche Volk, doet zulks eveneens terecht. Desalniettemin blijft er, zooals ik zeide, verschil, wezenlijk en diep verschil. Ik bepaal mij hier tot één oorzaak van dit verschil; tot een trek, een deugd van het Dietsche Volk, die op al de andere een geheel eigen, direct onderscheidend en apart ,,geestesmerk” drukt en die, bij alle overeenkomst waarop ik hierboven zinspeelde; een diep en blijvend verschil in het leven roept, namelijk: zijn eenvoud.
    De eenvoud is een der schoonste en geheel eigen deugden van ons volk. En de historie zijner schilderkunst, zijner bouwkunst, zijner literatuur čn de historie van zijn nationaal leven leveren doorloopend van deze, aparte, wezenstrek de bewijzen. Wij zijn in onze uitingen en in ons uiterlijk leven niet exuberant, niet levendig, niet speelsch, niet uitbundig of overdadig als andere volken; wij zijn eenvoudig, sober, stiller: de vorm omgrenst den inhoud. Dit is iets prachtigs zoolang het leven een inhoud heeft: dan ontstaan scherpe, harde, geheel zuivere, geladen daden; hetzij religieuse, hetzij nationale, hetzij artistieke. Maar als het leven dŕn inhoudloos wordt, inwendig verschrompelt, dan verschraalt en verarmt ook het uiterlijke leven hier als nergens elders, dan hebben wij niets waarop het oog met eenig welgevallen rusten kan; en het leven schijnt hier leelijker en onleefbaarder dan overal elders. Een Hollander in verval, een Hollander zonder inhoud schijnt het meest vale en banale en Godverlaten wezen dat er op de wereld rondloopt. Tengevolge. . . . . van zijn eenvoud, dit zoo bizonder-schoone Godsgeschenk. (Hieruit blijkt inmiddels opnieuw: hoe weinig een vervallen heden er zich toe leent de deugden van een volk vast te stellen. Men kan uit volgende bladzijde


28

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 04-01-2013