vorige bladzijde van dien mensch). En hier, maar ook hier alleen, begint een humane gezindheid. Maar deze (eenige en waarachtige) humaniteit is hier volslagen zoek, evenals de consequenties die aan deze humaniteit vastzitten! Waarachtige humaniteit manifesteert zich totaal anders dan zich de ,,humane” Hollander van heden manifesteert; zij heeft čn in haar wezen čn in haar voorkomen geen snars overeenkomst met datgene wat heden, en hier, met dien naam wordt aangeduid.

    Wat overigens aan deze, onze ,,deugden” het meest ,,karakteristiek” is (men heeft het allicht reeds bemerkt!), is wel, dat men er eigenlijk geen vin voor hoeft te verroeren: noch om ze te verwerven, noch om ze te beoefenen, noch om ze te behouden. Terwijl waarachtige deugden wezenlijk militant zijn, leiden deze, onze ,,deugden” tot een bestendigd ,,quieto vivere”. Waarom? Omdat het ,,quieto vivere” er ook de oorsprong van is. — Maar is dat nu juist niet hčt typische kenmerk van elke bourgeois-,,deugd” dat men er geen vin voor hoeft te verroeren, — en hčt typische kenmerk van een quasi-deugd !?
    Intusschen: wij bezitten ook minder aangename kanten. Onze (quasi) ,,vrijheidszin”, onze (quasi) neiging om ,,baas te blijven op eigen terrein” en onze (quasi) ,,critische geest” hebben tot een zeker particularisme, tot een zekere geestelijke engheid geleid. Wij meten vaak, zooals men dat noemt, met kleine maten. Welnu, die hebbelijkheid, zegt men, hangt samen met ,,onzen volks-aard”; erger: zij schijnt welhaast volks-doem! Doch wij hebben ook onmiddellijk een troost bij de hand (gelijk iedere bourgeois), nl. de wetenschap, de illusie!, dat wij de kunst verstaan uit en met het kleine iets groots voort te brengen, het kleine ,,op te tillen!” En gaarne wijst men dan op onze schilders, die juist het kleine dikwijls een zoo groot accent hebben weten te geven. En is er niet onze geschiedenis om te bewijzen, dat wij, die dan van huis uit zoo klein denken en doen, tot groote dingen in staat waren? (ja, geniet bij dit redeneeren nogmaals van onzen ,,critischen geest”!!)
    Dat wij eng zijn, eng wčrden verwondere geen mensch. Waar zooveel klein-burgerlijks tieren ging als bij ons, woekert ook vanzelf volgende bladzijde


22

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 04-01-2013