vorige bladzijde juist eerst dan het duidelijkst (want ondanks zooveel wezenlijke overeenkomst!) aan den dag treden. Men onderscheidt m.i. volks-karakters dan ook niet naar het complex overheerschende deugden (gelijk men thans zoo gaarne doet), maar (o.a.) naar de wijze waarop men die (overeenkomstige) deugden uitleeft. Niet het ,,wat”, maar het ,,hoe” onderscheidt. Een voorbeeld (op verwant terrein) moge mijn bedoeling verduidelijken. Heiligen beschikken over precies dezelfde overheerschende deugden: over dezelfde nederigheid, gehoorzaamheid, zelf-onthechting, dienstbaarheid, hetzelfde apostolisch vuur, hetzelfde geloof, dezelfde hoop en liefde enz. Het zijn immers juist déze deugden, en deze als overheerschend, die hun heiligheid uitmaken. Moest uit het complex overheerschende deugden het verschil in persoonlijkheid worden afgeleid, dan zou, gezien deze overeenkomst, elk grondig verschil wegvallen, — terwijl wij juist het tegendeel kunnen constateeren; terwijl juist, ondanks én in die overeenkomst zich een zeer scherp verschil in persoonlijkheid blijft demonstreeren. Welk een verschil tusschen een Franciscus van Assisi, een Catharina van Siëna, een Theresia van Avila. Niet door het complex overheerschende deugden, maar door de wijze waarop deze deugden worden uitgeleefd, stelt men het verschil vast; onderscheidend is ook hier (o.a.) het ,,hoe”.
    Een antwoord op de vraag wat dit verschil dan veroorzaakt, valt buiten de strekking van dit betoog al wil ik hier wel tevens vaststellen dat, moest het verschil geconstrueerd worden uit het verschil-in-rangorde der onderscheidene deugden die de overeenkomstige complexen samenstellen, b.v. doordat de eene heilige vooral nederig, een ander vooral brandend van apostolischen ijver zou zijn, het verschil dán miniem zou blijken (het tegendeel weer van hetgeen we kunnen waarnemen). Ik geloof trouwens, dat er wel niets moeilijker valt vast te stellen dan wat de verschillende heiligen nu allereerst zijn: deemoedig, of gehoorzaam, of apostolisch etc. — Deze kwestie kan hier overigens gevoeglijk blijven rusten. De bedoeling van bovenstaande alinea’s was slechts op eenige m.i. goede gronden de juistheid der gevolgde methodes te betwisten. Aanstonds zal ik echter nog in de gelegenheid zijn een oorzaak aan te wijzen van een, volgende bladzijde


14

























aangemaakt: 01-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 04-01-2013