zich hier tot rasbewustzijn. — Deze vorm-wil nu, die het ondoor­grondelijk geheim van het cosmisch worden, waarin het bestaan van den mensch is opgenomen, eerbiedigt, die klaarheid wil en tevens, gelijk Dr van Senden opmerkte, ,,den hang (bezit) naar en de positieve waardeering van het ongevormde . . . en in deze beide tezamen grootere veelzijdigheid’’ 1), deze Germaansche vorm-wil die zich niet vastlegt op en zich niet uitgeput weet met één vorm, is, door dit alles, geheel uniek, wellicht enkel vergelijkbaar met het Dionysisch Griekendom. ,,Het Germaansche’’, zoo schreef Van Senden, ,,spreekt tot deze wereld in het door Verwey den Nornen ingegeven woord: ,wie de slaaf werd van één vorm kent geen bevrijding’, omdat voor zijn besef de vorm steeds gebrekkig, steeds onvoltooid en onvoltooibaar is.’’ 2) En ik meen, dat deze uitspraak geheel overeenstemt met het antwoord, onlangs beproefd op de vraag: ,,wat is ,het Rijk’?’’ ,,Het Rijk,’’ zoo citeerde de voorman der Germaansche SS in Nederland, ,,het Rijk is onbestemd en was het immer; het leefde in de harten van de Germanen en zocht naar vorm en begrenzing en toch bleef het als een lichtend ideaal alle vormgeving te boven gaan.’’ 3)

De huidige Noordrasmensch schept zich zijn orde wederom uit het levensbewustzijn van zijn ras, en hij doet zulks te bewuster en met een rustige, niet meer wijkende of wankelende zekerheid, juist omdat hij zich met dit bewustzijn verankerd weet in een realiteit van het leven-zélf, juist omdat hij weet dat hij daarmede het léven vertegenwoordigt. En hij greep wederom terug op zijn rasbewustzijn, op datgene wat zijn ras aan goede levenswaarden en mannelijke levenstrouw vertegenwoordigt, hij greep wederom terug op zichzelf: in een wereld waarin alle waarden bezwijkende waren en hun ontoereikendheid bewezen in een algemeene anarchie en ontreddering, — een ontreddering waaraan ook de Germaansche mensch ten prooi dreigde te vallen. Hij greep daarop terug, toen de


1) I d e e   e n   M y t h e, tweede jaargang, No. 3.

2) I d e e   e n   M y t h e, tweede jaargang, No. 2.

2) S t o r m, 25 Juni '43.


22
























aangemaakt: 24-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009