storen van die orde waarin de mensch zijn menschelijke waardig­heid bevestigt, als een inbreuk op die orde, welke den mensch als individu en de gemeenschap als gemeenschap waardig is, op een orde die God gewild heeft op hetzelfde moment dat hij den mensch en diens menschelijke bestemming wilde. Hij bevecht Orde en Recht op het ónder-menschelijke in den mensch, op datgene wat beneden den mensch, beneden diens eer blijft niet op een zondigen, maar op den destructieven, orde-verstorenden mensch.

Hier bídt hij dan ook niet, hier doet hij geen boete, hier verhelpt hij niet met liefdadigheid om inmiddels de verdorvenheid der wereld te aanvaarden, te dragen, te ,,dulden’’ en aldus een boven-natuurlijke bevrijding te verbeiden; neen, hij ,,duldt’’ niets, hoezeer hij; anderszins, alles aanvaardt. Maar terwijl hij alles aanvaardt, vecht en schept zijn wil met de schoone scheppende gaven en krachten den mensch geschonken, vecht en schept zijn orde-wil met een mannelijke standvastigheid en een eenvoudige trouw en moed. Dàt, die strijd, is zijn gebed, zijn deemoed en zijn deernis ineen. Want het is zijn trouw aan den mensch en zijn trouw aan het leven, aan het beste in hem zelf, — en zou dit niet tevens een trouw zijn aan God?

Hij ontkent niet de demonische, de verwoestende en duistere anti-krachten in den mensch en in de wereld der menschen, hij weet in welke harde gevechten een leven op het niveau der menschelijke waardigheid veroverd wordt, maar hij weigert het menschelijk leven te zien als iets dat in zijn diepste aandrift verworden, be­zoedeld en ontluisterd werd: ’n soort zondenpoel die, ware er geen God die hem daar uittrok, er bij de haren uitsléurde, geen mogelijkheid overliet zich daaruit op te richten. De diepste levensdrift van den mensch is geen geneigdheid tot het booze, doch integendeel, als van alles wat leeft, de wil zichzelf te realiseeren i.c. schéppend te realiseeren; zijn diepste drift is de schoone scheppingswil: het individueele en collectieve leven gestalte te geven overeenkomstig een droom van menschelijke waardigheid en menschelijke eer, en dit met de verheven vermogens den mensch


19
























aangemaakt: 24-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009