welke voor het huidige geslacht bepalend werd, en gaan wij na, of daar waar de kunst wegens de innerlijke gesteldheid van voorgaande geslachten een onvruchtbare, geïsoleerde en vaak ontbindende grootheid werd, de mogelijkheid voorhanden is, dat van het levensbewustzijn, de bezieling welke den huidigen mensch draagt, die diepe, boeiende impulsen te verwachten zijn welke leiden tot een levende, levenswarme, levensverbondene, oorspronkelijke kunst, preciezer: tot een kunst, die — verre van te zijn een be­vrediging der kleine instincten — het edelste in den mensch en in een gemeenschap verheldert, zuivert, bevrijdt, daardoor opricht, sterkt, een kunst die, door dit alles, een scheppende waarde is. (,,Núttige kunst’’, in den kleinen zin van het woord is vanzelf geen desideratum dat hier overweging behoeft. Door haar wordt geen nieuwe mensch gerechtvaardigd.)

Reeds werden, in het voorgaande, vage omtrekken van dien nieuwen mensch zichtbaar, reeds vernamen wij enkele accenten, enkele gedachten voor zijn levensbewustzijn kenmerkend. Beproe­ven wij thans hem concreter gestalte te geven en het niveau waarop hij leeft, denkt en handelt eenigermate te ontraadselen.

Onvermijdelijk is hierbij echter, dat wij het terrein der kunst gedurende een langer moment verlaten, maar wellicht om te be­merken, dat wij daarna te sneller in de kern van het artistieke vraagstuk staan.

Zie, in een wereld van twijfel, velerlei onzekerheid, vermoeidheid en ongeloof, doen, met dien nieuwen mensch, plotseling wederom een zeer stellig levensgeloof, een gerichte levenswil en een rustig zelf-vertrouwen hun intrede;

in een wereld van moreel burgerdom, moreel scepticisme en moreele anarchie treedt plotseling een mensch naar voren, die niet meer zoekt naar, doch reeds leeft, stellig en trotsch, uit een nieuwe conceptie van geestelijke en zedelijke aristocratie, en in het bezit van een virielen levensstijl;


15
























aangemaakt: 24-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009