werd tegen het diepverworden christendom onzer dagen, ,,doordat het christendom het leven splitste in een eeuwigen hemel en een vluchtig bestaan op aarde, doordat het gewapend met het zondebesef — de wereld verduisterde tot een tranendal en de onschuld van het vleesch bedierf, doordat het — uitgaand van de gelijkheid der zielen voor God — ontzenuwend werkte op een natuurlijk besef van waarde en rang, had het naar Nietzsche’s meening, met behulp van het scheppend geworden ressentiment, een cultuur in het leven geroepen, die in ieder opzicht het tegendeel van de helleensche was. De ménsch kwam te kort in het christen­dom, de adel van het lichaam werd besmeurd en vergiftigd, de manlijke waarden door christelijke deugden als medelijden, naastenliefde en nederigheid — met den grond gelijk gemaakt.’’ 1)

En met Nietzsche stelde Marsman vast, dat de opvatting, dat geestelijke en moreele waarden onafhankelijk van een lichamelilke basis zouden kunnen ontstaan, onjuist is; hij zag niet alleen de diepe verbondenheid van lichaam en geest, maar hij zag deze verbonden­heid tevens als een der kenmerken van den nieuwen adel der toekomst, van die aristocratie welke opnieuw het aanschijn van het Avondland moest vernieuwen.

En tóch, ondanks zooveel overeenstemming was geen verstaan mogelijk en er was geen verstaan, omdat al deze waarden waren verwerkt en opgenomen in — het orde geheel van een politieken strijd die niet allereerst het individu, maar de gemeenschap gold. Doch dit, juist dit gemeenschapsbewustzijn was niet het tot denken en handelen inspireerend geweten der ,,vorigen’’. Dezen zagen — met dien politieken strijd — hun aristocratische waarden slechts in handen komen van het gemeen, en in handen van het gemeen verpooieren . . .

Neen, er was geen verstaan meer mogelijk: hier stonden twee


1) Dat Marsman hier niet slechts Nietzsche's oordeel recapituleerde, doch wel degelijk tevens zijn eigen oordeel weergaf, is, behalve afleidbaar uit het fel-persoonlijk accent waarmede hij zijn Nietzsche-beschouwing schreef, met tallooze citaten uit zijn werk nader te staven. — Voor bovenstaande citaten zie men A l d u s   s p r a k   Z a r a t h o e s t r a. Inleiding.


13
























aangemaakt: 24-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009