maar niets ook bleef dit leven vreemder dan een doorbreken naar een nieuw, scheppend levensbegin.

Werumeus Buning schijnt zooveel sterker, zuiverder, gezónder. Zijn wil, geworteld te blijven in het leven, zijn schijnbaar onbevreesd en zoo volstrekt aanvaarden der harde en hartelooze werkelijkheid, zijn niet ontwijken (en uitwijken) willen, het schijnt alles een strijdbaren levenswil en een levensvertrouwen zooals die heden door­breken zeer verwant. Maar zien wij scherper toe, dan blijkt dit alles toch geheel ánders, ja, aan den actueelen levenswil volstrekt tégengesteld. Als Buning — ongetwijfeld na vele smartelijke ervaringen — gehard, geduldig en levenswijs dit leven aanvaardt, dan aanvaardt hij aldus het noodlot, het redeloos en harteloos fatum van dit leven, een noodlot dat den mensch, wil hij niet verpletterd worden, wel geen andere positieve houding toelaat dan een gehard, geduldig, ,,levenswijs’’ aanvaarden: van een bestaan dat den mensch zoo weinig persoonlijk geluk schenkt en zooveel in hem diep en onherstelbaar havent en wondt. In Buning spreekt daarom veel meer een wil tot zelfbehoud (en dáárom een wil tot aanvaarden) dan een strijdbare scheppende wil die zich met het leven nog méét, die zichzelf op het spel zet, die het leven niet enkel aanvaardt, doch, integendeel, herscheppen wil: gestalte geven en bevrijden in een heldere positieve orde. Hem rest, bij dit aanvaarden, dat toch ook stellig vaak van een aangrijpenden dee­moed, een goede, ruige standvastigheid en ruige vroomheid ge­tuigde — ,,ruig’’ in dit alles om aan een diepere bezinning te ontsnappen? — hem rest bij dit aanvaarden dan ook niet veel meer dan gelooven. Gelooven — waarin? Gelooven, niét in den scheppenden strijd van den mensch, maar in de goedheid, de scheppende zelfwerkzaamheid van het leven, — dit meest destructieve geloof (en óngeloof ook) als men waant dat dit cosmisch gebeuren zich buiten dien (kleinen) mensch om voltrekt. Gelooven in de goedheid van het leven is allereerst gelooven dat de scheppende wil van den mensch, dat diens mannelijk en moedig gevecht tegen wat het aardsche leven verraadt, dat dit meest édele van


6
























aangemaakt: 24-03-2008 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009