Uit: DE SCHOUW, JUNI 1944, 3e JAARGANG Nr 6


(naar Rembrandt)

Het is voorbij. Dit eerloos handgemeen,
dit trouw-betoon om strijd waarbij niet n
het blanke staal van 't zwaar en weerbaar zwaard
met zuivre hand beroert. Niet n verklaart

zich tot zijn hoogen trots, een vrouw alleen.
Haar witte hand weerloos en niet vervaard
legt zich bedeesd op 't staal in 't vaal dooreen
der handen en der eeden. Somber staart

't eenoogig wangedrocht, met dat gelaat
verwoest door strijd en droomen en verraad,
langs het tumult der bende om hem heen.

Zij zoeken anders niet dan grauwe eigenbaat.
Trouw ? Trouw ? Het is voorbij. Niet n. Alleen
een vrouw, weerloos, wier zuivre schroom niet baat . . .



(bij het tuinbeeld eener grieksche godin)

Dit oude, grijs statue, en om haar weer de lente,
't geuren der bloemen, 't loover der oude boomen.
Na zooveel schoone zomers is nogmaals het violente,
ontstuimig-jonge groen rondom haar rust gekomen.

Haar stil gelaat kent lente niet, niet de rampzaligheid
o oogen virginaal dezer droef-schoone gronden;
haar is hun wild geheimnis ver, en onaantastbaar bij
het hevig-woekrend groen schijnt zij den tijd ontbonden.

Verborgen in pril blad dreigt overal de dood:
vuurmonden bunkers voor een laatst en helsch verderven.
Maar ng is 't lente, stil en wereld-groot
na zooveel schoone zomers, zooveel bitterst sterven.

Het grijze tuinbeeld glimlacht, en een vogel zong,
blond zonlicht doet haar glimlach inn'ger peinzend leven,
leven reeds eeuwen oud, en eeuwen wijs, en nog z jong
als dat der bloemen, vogels en het eeuwig menschen-streven.

Volkre' en geslachten storten in massalen moord
zich op elkander in een wild weerzijdsch verdelgen,
doch altijd gaat het leven onbewogen voort
en blijft, schooner dan dit schoon beeld, helder en stil zichzelve.

HENRI BRUNING



301
















aangemaakt: 01-11-2012 Copyright © 2012 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 03-11-2012